Agressie / Lijden in stilte Bach, de 38 soorten Geboorte Liefde / Heibel Schildklier
Aanvallen Bach, bloesem wegwijzer Glucose tekort Moederlijke opvoeding Spelregels
Albino Bach, de emotielijst Hersenschudding Naar de dekkater Stress
Braken Bach, gebruik / dosering HCM = hartaandoening Nagelbedontsteking Suikerziekte
Blaasontsteking / gruis Castratie IBD = maagdarm probleem Nierproblemen / PKD Verkoudheid
Bloedgroepen Chippen Inentingen, waarom? Niesziekte Voeding
Baarmoederontsteking CIN = schrompelnier Kattengras Nieuw huis Voedsel-intolerantie
Braken Entropion Kattewensen Obstipatie = verstopping Wol en Katoen
Blaasontsteking / gruis Euthanasie Kleurvererving Obstipatie - inkorten darm Wormen
Bloedgroepen FeLV = leukemie Koop en garanties Op eigen pootjes
Benauwde kat FIP = dodelijke buikvliesontsteking Lichaamstaal Onzichtbare vijand
Bachbloesem remedie FIV = kattenaids Luchtwegproblemen Postnatale depressie  


Kat en voeding.
 
         

Een kat is een carnivoor, een vleeseter, die bovendien erg kieskeurig is en graag de tijd voor zijn maaltijd neemt. Een kat is ook afhankelijker van zijn voer. Zo kan een kat geen vitamine A aanmaken uit caroteen. Een kat heeft vitamine A dus nodig in het voer. Dat geldt ook voor andere stoffen als taurine, arachidonzuur, niacine en arginine. Voor een deel zijn dat aminozuren die een kat niet zelf kan aanmaken. In het voer van de kat dienen deze stoffen dus aanwezig te zijn, anders wordt het dier ziek. De eiwit behoefte is ook groot. Het zal duidelijk zijn dat het nog niet zo eenvoudig is aan de voedingsbehoeften van een kat te voldoen. Daarom is het ‘t beste om een goed merk fabrieksvoer te geven. Op de verpakking moet staan het of het om compleet of volledig kattenvoer gaat. Let daar op! Aangezien de kat een echte vleeseter is, is het van belang dat hij ook echt kattenvoer krijgt. Met name onverzadigde vetzuren zijn heel belangrijk. Als de kat niet in voldoende mate deze essentiële stoffen via het voer opneemt, wordt de vacht dof, wordt hij minder speels en in het ergste geval zelfs ziek. Maar ook aan de andere kant loert gevaar; overdaad schaadt namelijk. Geef de kat niet teveel voer, daarmee doen we meer fout dan goed.

De maaltijden.
De kat is een vleeseter met een kleine maag, dus het is beter de volwassen kat twee keer in plaats van één keer te voeren. Daarnaast is het van belang de dieren zoveel mogelijk op hetzelfde tijdstip van de dag eten te geven. Natuurlijk is het best eens aardig om de kat tussen de maaltijden door, bijvoorbeeld tijdens de koffie, een kleine versnapering te geven, maar pas daarmee op en geef hem dan zoveel mogelijk hapjes die met kattenvoedsel te maken hebben, dus geen gebak, koekjes of suikersnoep. Als de dieren teveel verwend worden gaan ze bedelen en dit wordt door veel mensen niet als prettig ervaren. Het is echter een gedrag dat, eenmaal aangeleerd, niet zo snel afgeleerd kan worden.

Teveel voer.
Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën over het antwoord op de vraag wanneer een kat te dik is. Om toch een indruk omtrent de vetaanzet bij de kat te krijgen, kan de volgende vuistregel gebruikt worden: het moet mogelijk zijn de ribben van de kat te voelen, maar ze moeten niet zichtbaar zijn. Dit is niet altijd makkelijk. Ga met de vlakke hand over de borstkas van de kat. Als de ribben zichtbaar zijn, is de kat te dun. Als de ribben niet meer te voelen zijn is de kat te dik. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat te dikke dieren minder lang leven. Dikke dieren ontwikkelen sneller tumoren en krijgen eerder last van hun hart. Daarnaast zijn er ook allerlei typische ouderdomskwalen die hierdoor sneller ontstaan. Als de dieren te dik zijn, moeten ze in veel gevallen een kwart van hun levensverwachting inleveren. Dat betekend voor dikke katten dat ze soms drie tot vier jaar eerder sterven. Daarnaast is het leven op zich voor het dier ook minder prettig als het te dik is. De kat is minder speels en sneller moe. De meeste katten passen zelf goed op en zullen het niet zover laten komen. Als de kat voelt dat zijn hongergevoel verdwenen is , zal het dier in de meeste gevalleen stoppen met eten. Een aantal katten doet dat echter niet en blijft net zolang dooreten tot de bak helemaal leeg is. Dit zijn meestal de dieren die te dik worden. In dat geval zal de eigenaar moeten ingrijpen en het voer moeten rantsoeneren. Tenminste, als de kattenbezitter zo lang mogelijk van zijn huisdier wil genieten.


De smakelijkheid van voeding.

De smakelijkheid van het voer wordt door een kat beoordeeld aan de hand van de smaak en de geur van het voer. De reuk van de kat is vijf maal zo gevoelig als de reuk van de mens. De smaak wordt waargenomen met de smaakpapillen op de tong. Zo heeft de kat smaakpapillen voor zoet en  voor bitter. Met deze smaakpapillen proeft de kat ook aminozuren (dit zijn  de bouwstenen van eiwitten). Zijn voorkeur gaat uit naar zoete aminozuren en niet naar bittere. Een kat kan echter niet het zoet van suiker proeven. Het dier zal dus geen verschil proeven tussen suikerwater en gewoon water. De kat zou zich aan suikerwater ziek kunnen drinken zonder dat hij dat zelf door heeft. Daarnaast kan het dier nauwelijks zout proeven. Wat de kat wel veel beter kan dan wij, is de smaak van water proeven.


Extra vitamines.

Met als doel zo goed mogelijk voor hun huisdier te zorgen, hebben sommige mensen de neiging om vitaminen-, mineralen of wonderpreparaten door het voedsel van de kat te mengen. Als de kat volledig of compleet kattenvoer krijgt, zijn deze extra toevoegingen echter overbodig. Ze kunnen zelfs schadelijk zijn. Bij een overdosis vitamine A kunnen ernstige vergroeiingen van de rugwervels optreden, terwijl bijvoorbeeld een teveel aan magnesiumzouten van invloed is op het ontstaan van blaasstenen. Over het algemeen kan gesteld worden dat het geld voor de extra vitaminen beter besteed kan worden aan goed voer.

Over melk gesproken.
Sommige katten die al geruime tijd geen melk meer hebben gehad, kunnen als ze plotseling weer melk krijgen aan de diaree gaan. Deze dieren missen een bepaald enzym in hun darm (lactase) dat de melksuiker, die in de melk aanwezig is, kan omzetten in bruikbare stoffen. Katten die hun hele leven melk hebben gedronken, hebben dit enzym nog wel. Pas er dus voor op om dieren die al jaren geen melk hebben gehad weer melk te geven. Aan de andere kant kan deze diaree niet veel kwaad. Er is dus geen reden voor paniek als het dier per ongeluk een keer melk krijgt. De kat voelt zich een paar dagen minder goed en dan is het probleem meestal weer over.


Een goede plek voor de voerbak.
Een kat wil graag rustig van zijn maaltijd genieten. Zet de voerbak en de drinkbak daarom op een rustige plek in huis. Als de kat veel gestoord wordt tijdens de maaltijd, dan zal hij onrustig worden. Het gevolg kan zijn dat het dier dan bij de buren gaat eten. Als er grote stukken in zijn maaltijd zitten, kan hij met het eten gaan slepen waardoor het huis bevuild raakt. Dat is een teken dat de etensbak niet op de juiste plaats staat. Net als kinderen zoeken katten ook naar veiligheid en routine. Als er meerdere katten in huis zijn, mogen de verschillende etensbakken best bij elkaar in de buurt staan. Katten zullen onder het eten vrijwel nooit ruzie maken. Wat een kat wel vervelend vindt, is als de voerbak in de buurt van de kattenbak staat. Katten eten niet graag op de plek waar ze ook hun behoefte doen. De reden van dat gedrag laat zich raden.



Muizen vangen.

Het jagen en doden is de meeste huiskatten niet af te leren. Zelfs als er 24 uur per dag een grote bak voer voor het dier klaarstaat, zal de huiskat nog bij het zien van een vogeltje of een muisje als een hongerig dier op de prooi afgaan. Het zien van een prooidier roept bij de kat het jachtinstinct weer op dat ook zijn wilde voorouders hadden. Het jachtgedrag is de kat niet af te leren en het is dan ook niet tegen te gaan door hem goed te voeden. Het heeft ook geen zin het dier hierom te bestraffen, want hij zal het niet begrijpen. Aangezien dit gedrag niets met de voeding te maken heeft, kan de kat ook niet aangezet worden te gaan jagen door het dier minder eten te geven. Sommige katten talen er niet naar om muizen of ratten die in of om het huis zitten te gaan vangen. Ze kunnen niet aangezet worden om alsnog de jacht op de knaagdieren te openen door ze een beetje honger te laten lijden. Het jachtinstinct is bij deze dieren van huis uit gewoon minder sterk aanwezig.

 

Met dank aan Henk Lommers, dierendeskundige.

| terug naar boven |