|
Leven met een kat die suikerziekte heeft....
De dagindeling van kater Willem begint precies om kwart
voor zeven. Dan is het tijd voor zijn eten. En klokslag zeven uur krijgt hij een
prikje onder zijn huid: de insulineprik. Daarna volgt een speel- en
knuffeluurtje. Dit 'ritueel' wordt om de twaalf uur herhaald.
Zo ziet het leven van een kat er uit die aan
suikerziekte lijdt, en tevens dat van zijn baas. Uiteraard kan dit ritueel ook
om vijf, zes of acht uur beginnen, als het ritme van eten en prikken en de
tussenliggende tijd maar nauwlettend wordt aangehouden.
Bij een gezonde kat werkt de controle van de
bloedsuikerspiegel als volgt: de alvleesklier maakt insuline aan die ervoor
zorgt dat de lichaamscellen voldoende glucose ter beschikken hebben. Bij
diabetes produceert de alvleesklier niet voldoende insuline. De glucose hoopt
zich daarom in het bloed op. Als de bloedsuikerspiegel sterk stijgt, wordt de
overbodige glucose via de nier uitgescheiden. Dit kan dan in de urine worden
aangetoond. Vaak voorkomende symptomen van insulinetekort:
Als de kat regelmatig wordt gevoerd en insuline krijgt,
blijf de bloedsuikerspiegel onder controle. De behandeling is vrijwel identiek
aan die van een mens met diabetes. Maar een kat zou geen kat zijn als zijn
lichaam niet anders zou reageren. Dat begint bij het meten van de
bloedsuikerwaarde. Bij een kat met stress ontwikkelt zich een stress
hyperglykemie. De bloedsuikerwaarde schiet dan omhoog, ook als het dier niet aan
suikerziekte lijdt. De dierenarts zal daarom de fructosaminewaarde in een
laboratorium laten controleren. De fructosaminewaarde is alleen hoger als de
bloedsuiker lange tijd hoger was dan normaal. De dierenarts zal de begindoses
insuline aan de hand van de fructosaminewaarde en het lichaamsgewicht van de kat
bepalen.
De tweede eigenaardigheid: een kat eet alleen als hij
honger heeft. Maar zonder gelijktijdig te eten kan insuline een levensgevaarlijk
effect hebben. De kat heeft dan een te lage bloedsuikerwaarde. Eerst eten is de veiligste
oplossing. Bij de dierenarts is speciaal dieetvoer verkrijgbaar voor katten met diabetes.
Enkele dagen na begin van de insulinetherapie wordt een
dagprofiel van de bloedsuikerspiegel gemaakt. Hiervoor moet om de zoveel uren
wat bloed worden afgenomen. De waarde tonen de effectiviteit van de insuline
aan, de duur van de wreking en het tijdstip waarop de bloedsuikerwaarde het
laagst is. De dierenarts zal de insulinedoses aan de hand van de laagste
waarde bepalen.
Er zijn twee mogelijkheden om het dagprofiel te verkrijgen.
In het eerste geval moet de kat een dag bij de dierenarts blijven. De tweede
mogelijkheid is dat je zelf het bloedsuikergehalte meet. Als de kat deze
procedure thuis kan ondergaan, is dit een groot voordeel. De waarden van een kat
die bij de dierenarts moet blijven, zijn niet absoluut betrouwbaar, omdat het
dier dan in een stresssituatie verkeert. Bovendien kan het ook gebeuren dat de
kat weigert bij de dierenarts te eten. Het toedienen van insuline en verkrijgen
van de betrouwbare meetgegevens zijn dan niet mogelijk. Wie thuis wil meten
heeft een glucosemeter en een prikker nodig. Vraag je dierenarts om meer informatie.
In tegenstelling tot de mens kan bij een kat een
'tijdelijke diabetes' optreden. De bloedsuikerwaarden worden van de ene op de
andere dag weer normaal. Deze toestand kan weken, maanden of zelfs jaren duren.
Een eigenaardigheid van katten die bij mensen niet voorkomt.
| De 'uitrusting' voor het meten van
de bloedsuiker bestaat uit een glucosemeter, prikker en teststrips |
|
Voor het meten van de bloedsuiker is
een piepkleine druppel bloed uit bijvoorbeeld het oor al voldoende. |
|
De insuline wordt onder de huid
gespoten. Hiervoor wordt de huid een beetje 'opgetild'. |
Prikken en bloed afnemen.
Ontspanning:
Jouw rust draag je over op je kat.
Oefening:
Het spuiten kun je op een knuffeldier oefenen, het bloed nemen en meten kan het
best begeleid door de dierenarts totdat je het onder de knie hebt.
Vaste plek:
Er wordt slechts op één plaats in huis geprikt. Op alle andere plaatsten kan
de kat zich veilig voelen.
Rituelen:
Steeds op hetzelfde tijdstip en altijd in dezelfde volgorde vergemakkelijken de
zaak voor jezelf en voor je kat. Na elke prik heeft de kat extra aandacht
verdiend.
Warmte:
Voor het afnemen van bloed moet het oor goed doorbloed zijn. Je kunt het oor het
best eerst warm inpakken, bijvoorbeeld in een washandje dat je even onder warm
water houdt en in een plastic zak stopt.
Doorzetten:
Geef het niet op, al gaat je kat nog zo erg tekeer en al moet je nog zo hard
tegen je tranen vechten. Je probeert je kat immers te helpen.
Hulp:
Vraag de dierenarts of er andere katten met diabetes in de omgeving zitten.
Praat met hun baasjes. Heb je zelf een kat met suikerziekte, dan wil je
vast nog meer informatie hierover. Neeltje gaf me 2 site's waar heel veel
info staat, omdat er na een bezoek aan de dierenarts er nog heel veel vragen
overblijven. hier
vind je een forum over deze ziekte. Hier
vind je een site over suikerkatten maar helaas is deze site niet up to date, dus
ik verwijs jullie graag door naar de site van Diabetes
katten, die ik persoonlijk aanbeveel.
Dank je wel Neeltje en
Brigitte voor deze nuttige linken!
Bron: Hart voor Dieren
|