|
Een nieuw huis, de verhuizing, moeilijke
tijden voor jonge katjes.
Het voorkomen van
kinderziektes.
De verhuizing van een
kattengezin naar een mensengezin eist heel veel van jonge katjes. Ze lijden aan
psychische stress die door de scheiding van hun moeder en broertjes en zusjes
wordt veroorzaakt, en waardoor hun afweersysteem verzwakt. Hier komt bij de ze
opeens met onbekende ziektekiemen worden geconfronteerd. Veel jonge katjes komen
matig tot slecht voorbereid in hun nieuwe huis terecht.
Ze zijn nog niet
voldoende ingeënt, soms nog niet eens ontwormd en ze hebben vaak last van
oormijt en vlooien. Informeer bij de vorige eigenaar altijd hoe hij of zij de
katjes heeft verzorgd. Hierbij hoort ook informatie over het voer dat
de katjes hebben gegeten.
|

|
|
De eerste dagen
moet u uw kitten in ieder geval dit voer aanbieden tot het jonge
dier in het gezin is geaard, zodat er naast de vele
veranderingen waar het diertje aan moet wennen niet ook nog eens
verandering van voer komt. Dit zou namelijk tot een verstoorde
spijsvertering, vooral diaree, kunnen leiden. Diaree is
bij kittens een ernstige zaak, omdat hun kleine lichaampjes snel
uitdrogen en ze nog over te weinig krachtreserves beschikken.
Als uw kitten diaree heeft, moet u er zo snel mogelijk mee naar
de dierenarts. Na enkele dagen kunt u het katje zonodig langzaam
aan ander voer laten wennen. Diaree is niet alleen een ernstig
probleem, het komt juist bij jonge katten erg vaak voor. De
jonge dieren hebben gevoelige spijsverteringsorganen en hebben
vaak last van spoelwormen. Dit komt omdat de spoelwormlarven met
de moedermelk worden overgebracht. |
|
Wormenlarven in de
moedermelk.
De volwassen poes neemt de wormeitjes uit haar omgeving op.
Omdat spoelwormeitjes het huis binnen kunnen komen, kunnen ook
binnenkatten het slachtoffer worden van zo’n infectie.
Spoelwormeitjes zijn bovendien buitengewoon resistent: gangbare,
normale desinfecterende maatregelen voldoen niet om ze te doden.
De wormlarven komen in de darm van de poes uit en beginnen in
het lichaam aan een reis die hen naar de spieren van de poes
leidt. Daar kapselen de larven zich in waardoor ze onaantastbaar
worden.
Noch
wormbestrijdingsmiddelen, noch het afweersysteem van de poes kan
de larven in dit stadium bestrijden. Tijdens de dracht bevrijden
de larven zich uit hun kapsel en verhuizen ze naar de melkklier
van de moederpoes.Zodra de kittens beginnen te drinken, krijgen
ze de wormlarven binnen. De boosdoeners maken in het lichaam van
de jonge katjes een reis van ongeveer drie weken, een periode
waarin ze ongevoelig zijn voor wormbestrijdingsmiddelen. |
|
|
Alleen de
volgroeide wormen in de darm kunnen worden gedood. Daarom worden
kittens voor het eerst drie weken na hun geboorte ontwormd.
Omdat de moeder gedurende de hele tijd waarin ze de jongen zoogt
wormlarven via de melk afgeeft, moet de behandeling herhaald
worden om de twee weken. Vooral het ontwormen een week voor de
eerste inenting is belangrijk. Als u een jong katje in huis
haalt, moet u het dier dus meerder malen ontwormen. |
|
|
Oormijt en inentingen.
De kleintjes worden vaak lastig gevallen door oormijt. Terwijl
volwassen katten deze parasieten als gastheer dienen, worden
vooral jonge katten er ziek van. De mijten veroorzaken jeuk en
kunnen tot oorontstekingen leiden. Oorzalven en oordruppels (van
de dierenarts) bieden hulp. Bij de dierenarts kunt u overigens
ook terecht voor vlooienbestrijdingsmiddelen die door de jonge
katjes worden verdragen. Een flinke vlooienbesmetting kan bij jonge katjes
bloedarmoede veroorzaken. Inentingen tegen katten- en niesziekte
zijn absoluut noodzakelijk, omdat de veroorzakers van deze
ziekten ook met de schoenen het huis in worden gebracht. De
eerste inenting tegen deze twee ziekten vindt voor het eerst op
een leeftijd van acht weken plaats.
Volledige bescherming wordt achter pas met
de tweede inenting bereikt die de katjes vier weken latere
moeten krijgen, dus als ze twaalf weken zijn. Het best zou
natuurlijk zijn dat het katje op het moment dat het verhuist
helemaal door inentingen is beschermd. Maar in de meeste
gevallen moet het nieuwe gezin voor de tweede inenting zorgen.
Neem in ieder geval het inentingsboekje mee, zodat uw dierenarts
kan zien wanneer welke inentingen moet worden gegeven. Of het
katje ook met inenting tegen FIP, leucosen
en hondsdolheid moet worden geschermd, hangt af van individuele
omstandigheden. Dit kunt u met uw dierenarts bespreken. Gun het
jonge dier een paar dagen de tijd om te wennen en ga daarna met
hem naar de dierenarts om hem eens heel grondig te laten
onderzoeken. |

|