Agressie / Lijden in stilte Bach, de 38 soorten Geboorte Liefde / Heibel Schildklier
Aanvallen Bach, bloesem wegwijzer Glucose tekort Moederlijke opvoeding Spelregels
Albino Bach, de emotielijst Hersenschudding Naar de dekkater Stress
Braken Bach, gebruik / dosering HCM = hartaandoening Nagelbedontsteking Suikerziekte
Blaasontsteking / gruis Castratie IBD = maagdarm probleem Nierproblemen / PKD Verkoudheid
Bloedgroepen Chippen Inentingen, waarom? Niesziekte Voeding
Baarmoederontsteking CIN = schrompelnier Kattengras Nieuw huis Voedsel-intolerantie
Braken Entropion Kattewensen Obstipatie = verstopping Wol en Katoen
Blaasontsteking / gruis Euthanasie Kleurvererving Obstipatie - inkorten darm Wormen
Bloedgroepen FeLV = leukemie Koop en garanties Op eigen pootjes
Benauwde kat FIP = dodelijke buikvliesontsteking Lichaamstaal Onzichtbare vijand
Bachbloesem remedie FIV = kattenaids Luchtwegproblemen Postnatale depressie  

Niesziekte

Niesziekte is een aandoening waarbij sprake is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Meerdere ziekteverwekkers spelen een rol. Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte. Daarom is het beter te spreken van het niesziektecomplex.
 

Verschijnselen
Bij niesziekte is, zoals de naam al aangeeft, sprake van een soort verkoudheid bij katten. Afhankelijk van de verwekker, de leeftijd en de weerstand van de dieren kunnen de verschijnselen minder ernstig zijn; niezen, wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing, tot zeer ernstig; sloom, koorts, niet eten, niezen, hoesten, speekselen, ernstige neus- en ooguitvloeiing, beschadiging van tong- en wangslijmvliezen.

Niesziekte komt met name voor op plaatsen waar katten intensief met elkaar in contact kunnen komen, zoals in catteries, pensions en na bezoek aan tentoonstellingen. Contact tussen katten maar ook contact met besmette materialen vormen de belangrijkste manieren van besmetting.

Verwekkers
De belangrijkste verwekkers van niesziekte zijn het herpes- en calicivirus, Chlamydia en Bordetella bronchiseptica. Deze verwekkers kunnen bij katten voorkomen zonder dat de kat daarvan verschijnselen hoeft te vertonen. Echter onder bepaalde omstandigheden (stress) kunnen deze katten zelf ziek worden en andere katten besmetten.

Preventie
Belangrijk is dat de kans op overdracht van infecties tussen dieren zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hygiënische maatregelen zoals regelmatige ontsmetting van ruimten en materialen, het wassen van handen en wisselen van kleding zijn belangrijk. De kans op besmetting tussen katten onderling wordt sterk verminderd als katten op een afstand van anderhalve meter van elkaar of in kooien met dichte zijwanden worden gehouden. Tevens dienen de klimaatomstandigheden goed te zijn. Zieke dieren en pas aangekochte dieren dienen gedurende enkele weken apart gehouden te worden. Omdat genoemde maatregelen in de praktijk vrijwel niet sluitend te krijgen zijn is het noodzakelijk dat katten tevens regelmatig tegen niesziekte worden geënt.

Entingen
Eerder werd aangegeven dat er verschil bestaat tussen de werkzaamheid van entingen. Waar de enting tegen kattenziekte een vrijwel complete bescherming geeft is dat voor niesziekte veel minder het geval. Dit komt door de vele besmettelijke en niet-besmettelijke factoren die bij niesziekte een rol spelen. Toch zijn entingen van groot belang om de kans op niesziekte zo klein mogelijk te maken en om, als een infectie toch aanslaat, de verschijnselen zo gering mogelijk te laten zijn.

Entschema
Geadviseerd wordt om te enten tegen alle verwekkers van niesziekte waarvoor een entstof bestaat. In de meeste gevallen wordt een eerste enting gegeven op de leeftijd van negen weken. Voor een goede basisbescherming moet deze enting op de leeftijd van twaalf weken worden herhaald. Als zich op jongere leeftijd problemen voordoen kan al op 6 weken voor het eerst worden geënt (herhalen op negen en twaalf weken). Daarna is het raadzaam om de enting in overleg met uw dierenarts regelmatig te herhalen.

Bij dieren die in groepen worden gehouden kan het zinvol zijn tweemaal per jaar te laten enten. Uiterlijk twee weken vóór opname in een cattery of pension en twee weken vóór het bezoeken van een tentoonstelling, moeten dieren opnieuw geënt worden.

 

| terug naar boven |