|
Van
moeder tot leeuwentemmer.
Een moederpoes doet alles alleen, tenzij haar baasje aanbiedt haar met het
grootbrengen van de kleintjes te helpen. Laat deze kans niet voorbijgaan, want
alleen op die manier ontwikkelen kleine katjes zich tot grote knuffelkatten.
Jij mag de rol van oma of opa spelen.
Dat doet tenminste de slimme fokker als een poes jongen heeft gekregen. Hij
helpt, brengt voedsel, houd alles schoon, zet een kattenbak in de buurt van
het nest en zorgt ervoor dat het jonge gezinnetje niets ontbreekt.
|
|
|
En een
echte grootouder wil de kleintjes ook eens oppakken, met hen knuffelen en
spelen en ze lekker vertroetelen. Dat mag, want aandacht van mensen is voor de
ontwikkeling van kattenbaby's even belangrijk als een tevreden kattenmoeder,
gezondheid en goed voedsel. Dit voorrecht hebben echter alleen mensen die een
nauwe band met de moederpoes hebben. Dus als het jouw kat is dan betreft het
jou. Vreemde mensen kun je beter niet bij de kittens laten, tenminste niet
voordat ze vier weken oud zijn. Ook kinderen mogen de katjes alleen heel even
en vanaf een afstand onder toezicht bewonderen. De katjes worden met de week
sterker en brutaler en accepteren in de loop der tijd dat voorzichtige
kinderen met hen willen spelen. Het is wel belangrijk dat wij mensen ons aan
de kittens aanpassen en respecteren dat ze behoefte hebben aan voldoende slaap.
Na een dag al verhuizen
Dat een moederpoes meteen na de geboorte een mens bij haar hulpeloze jongen
toelaat, getuigt van veel vertrouwen. Want gewoonlijk vertrekt de kat al voor
het werpen naar een donkere schuilplaats. Op boerderijen zie je jonge dieren
vaak pas als ze op een leeftijd van vijf tot zes weken niet meer te houden
zijn en uitbundig ronddollen tot ze moe worden en de moeder ze aan hun nekvel
naar het nest terugsleept. Ervaren moeders die nooit anders hebben gekend dan
harmonie en veiligheid blijven vanaf het begin in het nest dat de fokker voor
hen heeft klaargezet. De meeste moederpoezen verhuizen echter een dag na de
geboorte naar een andere schuilplaats. Ze pakken elk jong met hun tanden in
het nekvel op en verhuizen de kleintjes één voor één. De jongen verstijven
als het ware tijdens deze verhuizing, wat het dragen vergemakkelijkt. De baas
kan zich beter al op zo'n verhuizing voorbereiden en de moederpoes meteen een
vervangend nest op een beschutte plaats aanbieden. Hij kan het jonge
kattengezin dan later met veel geduld naar de plaats terug brengen die hij
zelf beter vindt voor het grootbrengen van de jongen.
|
|
De jonge moeder heeft in de eerste twee
weken vooral rust nodig.
Ze laat de kleintjes drinken tot ze voldaan in
slaap vallen en staat pas dan op om te eten en haar behoefte te doen. Ze zal
blij zijn als ze haar voer, water en de kattenbak vlakbij haar nest vindt.
Gewoonlijk vinden katten het niet leuk als deze dingen dicht bij elkaar staan,
maar in dit geval wel, want de jonge moeder laat de piepkleine katjes de
eerste twee weken niet graag alleen. Ze laat ze geduldig drinken, houdt ze
warm en maakt hun kontjes regelmatig schoon.
Ze stimuleert de buikjes met haar
tong om de vertering van de kittens op gang te brengen. Als
één van de katjes te klein is of niet bij een tepel kan komen, moet je het
dier een handje helpen en het een week tot drie weken met de hand voeren. Als
meerdere kleintjes niet voldoende worden verzorgd, kan kan het een vermoeiende
zaak worden, want de eerste dagen moeten de jonge dieren dag en nacht om de
twee uur melk drinken. Voor de nodige hulpmiddelen, pipetjes, vervangende melk
en goede adviezen, kun je bij de dierenarts terecht. Zo'n situatie kost tijd en
zenuwen en je |
|
|
mag ook niet vergeten de buikjes te masseren, zodat de kleintjes
het voedsel goed kunnen verteren.Misschien kan de dierenarts je helpen als
alternatief een pleegmoeder te vinden die vreemde jongen laat drinken.
Op tijd inenten en ontwormen.
de ontwikkeling van de katjes verloopt snel: met vijf tot zeven dagen openen
ze de oogjes en kort daarna gaan de oortjes staan. Het is in dit vroege
stadium belangrijk dat je de jongen volgens de instructies van de dierenarts
ontwormt. Een week later kunnen ze lopen en beginnen ze te spelen. Na vier tot
vijf weken is het ergste achter de rug, want nu beginnen de kleintjes
zelfstandig te eten. Met zeven weken worden ze nog eens ontwormd en vanaf de
achtste week volgen de inentingen.
|
|
De opvoeding van de kleintjes.
De
plichten van de kattenmoeder veranderen geleidelijk aan. In het begin moest ze
de kleintjes vooral warm houden en voeden. Nu begint het echte grootbrengen en
het leren. De jongen worden steeds brutaler, sollen met hun moeder en bijten
haar in de oren en overal op haar lichaam. Ze worden nu vaak met een klap door
de poot gestraft, wat een pasgeboren kitten nooit zou gebeuren. Als de
moederkat naar buiten mag, zal ze halfdode muizen meebrengen om haar kinderen
een natuurlijke voedingswijze aan te leren.
Als je dit soort
'bio voedsel'
niet in huis wilt hebben, kun je in deze fase beter het kattenluikje
dichthouden. In de rol als oma of opa kun je de moederpoes bij het aanleren
van sociaal gedrag onder katten nauwelijks helpen. Gebruik deze periode tot de
achtste week om de katjes door veel contact mensvriendelijk te maken. De
kleintjes zijn nu ook oud genoeg om te leren dat ze niet op de eettafel mogen
springen, een krabpaal moeten gebruiken, niet bij de wasmachine of het fornuis
mogen komen en niet via de gordijnen omhoog te mogen klimmen. Ondanks de
drukte die de jonge bende veroorzaakt, mag je de moederpoes niet vergeten.
|
|
|
Als de moeder vanaf het dekken tot aan het spenen alleen
maar het beste voer krijgt en veel wordt geaaid, helpt dit
zeker de inspanningen van het moederschap te overwinnen.
Zodra haar nakomelingen zelfstandig worden, zal ze steeds
vaker van haar rust genieten, graag weer naar buiten gaan of
zich op haar favoriete plekjes terugtrekken.
|
|