Agressie / Lijden in stilte Braken FIP = dodelijke buikvliesontsteking Lichaamstaal Obstipatie = verstopping
Aanvallen Blaasontsteking / gruis Geboorte Luchtwegproblemen Obstipatie - inkorten darm
Albino Bloedgroepen Glucose tekort Liefde / Heibel Op eigen pootjes
Baarmoederontsteking Castratie HCM = hartaandoening Moederlijke opvoeding Schildklier
Benauwde kat Chippen IBD = maagdarm probleem Naar de dekkater Spelregels
Bachbloesem remedie CIN = schrompelnier Inentingen, waarom? Nagelbedontsteking Stress
Bach, de 38 soorten Entropion Kattengras Nierproblemen / PKD Suikerziekte
Bach, bloesem wegwijzer Euthanasie Kattewensen Niesziekte Verkoudheid
Bach, de emotielijst FeLV = leukemie Kleurvererving Nieuw huis Voeding
Bach, gebruik / dosering FIV = kattenaids Koop en garanties Onzichtbare vijand Voedsel-intolerantie
Wormen Wol en Katoen

Long- en luchtwegproblemen bij katten

is het erg als een kat een vervelend kuchje heeft? Wanneer moet je met een hoestende kat naar de dierenarts?

Als een kat langer dan een dag of vijf hoest of zich echt ellendig voelt en koorts heeft, moet je met hem naar de dierenarts. Katten kunnen op verschillende manieren hoesten, net als mensen. Ze kunnen een droge hoest hebben of juist veel slijm ophoesten, hoesten terwijl ze benauwd zijn of een heel zachte of juist heel harde hoest hebben. Als een eigenaar met een hoestende kat op het spreekuur komt, luisteren we eerst naar hart en longen. Daarna beginnen we met een algemeen onderzoek waarbij we onder ander kijken naar de ademhaling, de pols, de temperatuur, de kleur van de slijmvliezen en eventuele uitvloeiing uit de neus. Belangrijk is ook om te weten of de kat na het hoesten slijm wegslikt of niet. Vervolgonderzoek kan een röntgenfoto van de borstkas zijn waarop je het hart, de longen en luchtpijp kunt zien. Soms komt het hoesten van heel diep, soms is het ook een hoest vanuit de keel. Een kat kan een ruwe grasspriet met weerhaakjes achterin zijn verhemelte hebben waardoor hij erg gaat kokhalzen en hoesten om de spriet kwijt te raken. Je kun dan niet altijd even goed zien, daarom is het meestal nodig om een kat een roesje (lichte verdoving) te geven voor je hem gaat onderzoeken en grondig in zijn keel kunt kijken. Ook als je zo'n grasspriet wilt verwijderen moet de kat onder narcose. 

Virusinfecties
Virusinfecties komen veel voor bij katten. De zogenoemde 'niesziekte' wordt veroorzaakt door een aantal virussen. Vrijwel ieder kat maakt ooit in zijn leven wel eens zo'n 'kattengriep' door. De symptomen zijn koorts, snotteren, hoesten, natte oogjes en blaren op de bek. Sommige katten houden dit virus bij zich en in situaties van stress zal het weer geactiveerd worden (denk aan een verhuizing, pensionbezoek, andere kat in huis). Als kattenziek worden in een pension is dikwijls sprake van een gereactiveerde besmetting die ze al bij zich hadden. 

Astma
Longontsteking komt bij katten niet zo heel veel voor, bronchitis wel, vooral na een virusinfectie net zoals bij mensen. katten hebben ook regelmatig chronische bronchitis dat erg op humane astma lijkt. Die katten hebben een langdurig aanhouden vervelend kuchje of echte aanvallen waarbij ze piepend benauwend zijn. Net als mensen kunnen ook katten behandeld worden met inhalers. Je doet dan een pufje medicijnen in een buisje waar een masker aan vastzit. Het masker zet je op de neus en bek van de kat, er zit een ventiel in en daardoor ademt de kat een aantal keren de met het medicijn vermengde lucht uit het buisje in. Bij katten werkt dat uitstekend, Vroeger ga je bij acute astma een injectie met prednison, gevolgd door een prednisonkuur. Maar prednison heeft veel nadelen. met een inhaler behandel je alleen de longen en niet de hele kat. Daardoor zijn er veel minder bijwerkingen en dat is natuurlijk beter. 

Longwormen
In Nederland komen twee soorten longwormen voor waardoor gemiddeld twee tot vier procent van de katten getroffen wordt, vooral katten die buiten leven. Het komt dus niet heel vaak voor. Het gaat letterlijk om wormen in de longen. katten kunnen de ene soort die vrij diep in de longen zit, krijgen doordat ze slakken of dieren die slakken gegeten hebben zoals muizen en vogels eten. Met de anders soort die voornamelijk in de neus en luchtwegen zit, worden ze besmet via opgehoeste larven of regenwormen. De symptomen zijn niet altijd even goed waar te nemen, hoesten is wel een duidelijk teken. Je kunt eitjes of larven terugvinden in de ontlasting of in het  slijm dat de kat ophoest. een normale wormkuur is afdoende om longwormen te bestrijden. je moet een kat sowieso vier keer per jaar ontwormen, bij longwormen is soms wel een extra lange kuur nodig. 

Vocht in de borstkas
We zien bij kattenregelmatig vocht in de ruimte tussen de longen en de borstwand. Dat kan veroorzaakt worden door een infectie, maar ook door een tumor of een slecht functionerend hart. Zo'n kat heeft het vaak ook erg benauwd. Een röntgenfoto is dan zinvol en eventueel kan in een later stadium met een klein slangetje in de luchtpijp gekeken worden. Het aftappen van het vocht verlicht de benauwdheid enorm en stelt ons in staat het vocht te onderzoeken op soorten cellen en bacteriën.

Middenrif
Na een aanrijding hebben katten soms een gescheurd middenrif. Het middenrif is de scheidingswand tussen de borstkas en de buik. Wanneer dat gescheurd is, komt een deel van de buikinhoud in de borstkas terecht waardoor een dier het heel benauwd krijgt. Een heel typisch verschijnsel daarbij is dat de kat dan gaat ademen via zijn buik. Normaal gesproken zie je dat een kat ademt door zijn ribben naar binnen en naar buiten te doen. Het is dan zaak om door een operatie het middenrif te herstellen. Door goed op te letten hoe een kat ademt, kun je dus veel aan de weet komen. 

Hartproblemen
Als katten last krijgen van hun hart, is een snellere ademhaling vaak het eerste dat je ziet. De meeste eigenaren valt dat niet op en ze komen dan uiteindelijk met een kat op het spreekuur die het heel erg benauwd heeft. De benauwdheid is niet van de ene op de andere dag ontstaan, moet een aanloopje hebben gehad, maar veel eigenaren missen dat. Het is goed om te weten dat een gezonde kat zo weinig en zo langzaam ademhaalt dat je het bijna niet kunt zien. Bij een slapende kat moet je soms wel drie keer kijken om te kunnen zien of hij nog leeft. Als je je kat heel nadrukkelijk ziet ademhalen en meer dan dertig keer per minuut, is dat een reden om hem te laten onderzoeken. Ook als er verder nog niks aan de hand is!



Bron: Over dieren

| terug naar boven |