Agressie / Lijden in stilte Braken FIP = dodelijke buikvliesontsteking Lichaamstaal Obstipatie = verstopping
Aanvallen Blaasontsteking / gruis Geboorte Luchtwegproblemen Obstipatie - inkorten darm
Albino Bloedgroepen Glucose tekort Liefde / Heibel Op eigen pootjes
Baarmoederontsteking Castratie HCM = hartaandoening Moederlijke opvoeding Schildklier
Benauwde kat Chippen IBD = maagdarm probleem Naar de dekkater Spelregels
Bachbloesem remedie CIN = schrompelnier Inentingen, waarom? Nagelbedontsteking Stress
Bach, de 38 soorten Entropion Kattengras Nierproblemen / PKD Suikerziekte
Bach, bloesem wegwijzer Euthanasie Kattewensen Niesziekte Verkoudheid
Bach, de emotielijst FeLV = leukemie Kleurvererving Nieuw huis Voeding
Bach, gebruik / dosering FIV = kattenaids Koop en garanties Onzichtbare vijand Voedsel-intolerantie
Wormen Wol en Katoen


Gevolgen aanpassing boek 7

Op 1 mei 2003 is de Wet "koop en garanties" in werking getreden. Het idee achter deze nieuwe wet is om in de Europese Unie tot een gezamenlijke minimumregeling voor consumentenbescherming tot stand te brengen. Deze nieuw wet is niets meer dan een aanpassing van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek. Wat heeft deze wetswijziging voor gevolgen voor de cattery?

De koop van een kat valt onder de zogenaamde consumentenkoop. Dit houdt in dat de wetsbepalingen in Boek 7 van toepassing zijn op de koop van een kat. Deze wet bepaalt ook dat er niet mag worden afgeweken van de wetsbepalingen die in de afdelingen 1-7 van Boek 7 zijn opgenomen.

Dat klinkt natuurlijk allemaal wel heel erg ingewikkeld, maar wat houdt deze wetswijziging nu in voor de cattery's. De grootste veranderingen waar een cattery door deze wetswijziging mee te maken heeft is de standaard garantie van 6 maanden, de bewijslast en de verjaring van de garantie.

Een van de wettelijke verplichtingen van de verkoper (in dit geval de cattery) is een kat te leveren die met de koopovereenkomst in overeenstemming is.

Als blijkt dat de kat na aanschaf een gebrek heeft (vaak betreft het hier de gezondheid maar het kan ook b.v. een gedragsafwijking of een uiterlijke afwijking zijn) kan de koper de cattery aanspreken over dit gebrek mits het dier het gebrek al had ten tijde van de verkoop. In het Nederlandse burgerlijke recht wordt het zogenaamde beginsel "wie eist, bewijst" gehanteerd. Dus een koper die van mening is dat een dier niet voldoet aan de overeenkomst zal het gebrek moeten aantonen. Hij zal dus moeten bewijzen dat het dier het gebrek reeds had ten tijde van de verkoop.

Bij erfelijke afwijkingen is dit heel makkelijk te bewijzen. Indien na de verkoop (ook na de 6 maanden) blijkt dat een dier een erfelijke afwijking heeft is hiermee vast komen te staan dat het dier ten tijde van de verkoop al (erfelijk) belast was met dit gebrek. Voor erfelijke afwijkingen is en blijft de cattery aansprakelijk. Dit is in de loop der tijd onderstreept door diverse uitspraken van de rechter. Afhankelijk van de ernst van het gebrek en hetgeen men is overeengekomen, zal de fokker de koper een passende oplossing moeten bieden. Dit verschild heel erg per geval tot geval maar mag duidelijk zijn dat als je een kitten hebt gekocht als een zogenaamde liefhebber, je de Fokker naderhand niet kan aanspreken als het dier een uiterlijk foutje heeft. Mocht er bekend zijn dat er in bepaalde rassen/lijnen een verhoogd risico is op een bepaalde erfelijke afwijking (b.v. PKD bij Perzen) en de fokker test hier niet op, dan kan deze ook worden aangesproken voor een aanvullende schadevergoeding (bijvoorbeeld dierenartskosten). De rechter noemt dit een gerechtvaardigd verwijt waarmee het recht op een aanvullende schadevergoeding bestaat. De fokker had immers kunnen weten dat de kans aanwezig was dat hij/zij met dieren met een erfelijke afwijking fokte welke zij aan hun nakomelingen zouden kunnen doorgeven.

Bij besmettelijke ziektes, gedragsstoornissen etc ligt het met de bewijslast veel moeilijker. Door de wetswijziging ligt de bewijslast niet meer bij de koper (wie eist, bewijst) maar bij de verkoper (cattery). Deze moet kunnen aantonen dat het dier het gebrek niet had ten tijde van de verkoop. Indien de fokker aannemelijk kan maken dat het gebrek is ontstaan door een onjuiste verzorging/behandeling (ontstaan nà de koop), dan is hij niet aansprakelijk. Hoe het in de praktijd met deze 6 maanden garantie zal werken moet nog blijken. Voor de cattery's kan het van belang zijn dat er bij de koop van het dier een officiële gezondheidsverklaring van de dierenarts wordt meegegeven. Dit kan hun positie bij een eventuele rechtsgang versterken.

Veel kopers weten inmiddels de weg naar de kantonrechter te vinden om zo hun gelijk te halen. Omdat bij een kantongerecht geen verplichte rechtsbijstand geldt (je hebt dus geen advocaat nodig) hoeft de klagende koper alleen griffierecht te betalen. De rechter zal zeker toetsen of de klant aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Heeft het dier wel goed kattenvoer gekregen, is het niet gevallen, heeft het niet op de tocht gestaan etc. De koper dient het gebrek binnen 2 maanden na constatering van het gebrek bij de betreffende fokker te melden. Doet hij dit niet dan verpeelt hij hiermee ook zijn rechten. Die rechten verspeelt hij ook indien er niet binnen 2 jaar na de melding bij de cattery verdere acties (zoals een gerechtelijke procedure) wordt ondernomen zolang de koper van mening is dat de kwestie niet naar behoren is opgelost.

Het staat de fokker overigens wel vrij om in het verkoop contract aanvullende garanties te geven, maar nooit ten nadele van de koper. Doet men dit wel dan is de overeengekomen bepaling nietig (niet geldig).

De nieuwe wet heeft alleen betrekking voor kopen die vanaf 1 mei 2003 zijn overeengekomen. Bij alle verkopen die vóór 1 mei 2003 zijn gesloten geldt de oude wet.

 

 

 

Door: Brigitte van Yperen

 

| terug naar boven |