|
Gevolgen aanpassing boek 7
Op 1 mei 2003 is de Wet
"koop en garanties" in werking getreden. Het idee achter deze nieuwe
wet is om in de Europese Unie tot een gezamenlijke minimumregeling voor
consumentenbescherming tot stand te brengen. Deze nieuw wet is niets meer dan
een aanpassing van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek. Wat heeft deze
wetswijziging voor gevolgen voor de cattery?
De koop van een kat valt
onder de zogenaamde consumentenkoop. Dit houdt in dat de wetsbepalingen in Boek
7 van toepassing zijn op de koop van een kat. Deze wet bepaalt ook dat er niet
mag worden afgeweken van de wetsbepalingen die in de afdelingen 1-7 van Boek 7
zijn opgenomen.
Dat klinkt natuurlijk
allemaal wel heel erg ingewikkeld, maar wat houdt deze wetswijziging nu in voor
de cattery's. De grootste veranderingen waar een cattery door deze wetswijziging
mee te maken heeft is de standaard garantie van 6 maanden, de bewijslast en de
verjaring van de garantie.
Een van de wettelijke
verplichtingen van de verkoper (in dit geval de cattery) is een kat te leveren
die met de koopovereenkomst in overeenstemming is.
Als blijkt dat de kat na
aanschaf een gebrek heeft (vaak betreft het hier de gezondheid maar het kan ook
b.v. een gedragsafwijking of een uiterlijke afwijking zijn) kan de koper de
cattery aanspreken over dit gebrek mits het dier het gebrek al had ten tijde van
de verkoop. In het Nederlandse burgerlijke recht wordt het zogenaamde beginsel
"wie eist, bewijst" gehanteerd. Dus een koper die van mening is dat
een dier niet voldoet aan de overeenkomst zal het gebrek moeten aantonen. Hij
zal dus moeten bewijzen dat het dier het gebrek reeds had ten tijde van de
verkoop.
Bij erfelijke afwijkingen
is dit heel makkelijk te bewijzen. Indien na de verkoop (ook na de 6 maanden)
blijkt dat een dier een erfelijke afwijking heeft is hiermee vast komen te staan
dat het dier ten tijde van de verkoop al (erfelijk) belast was met dit gebrek.
Voor erfelijke afwijkingen is en blijft de cattery aansprakelijk. Dit is in de
loop der tijd onderstreept door diverse uitspraken van de rechter. Afhankelijk
van de ernst van het gebrek en hetgeen men is overeengekomen, zal de fokker de
koper een passende oplossing moeten bieden. Dit verschild heel erg per geval tot
geval maar mag duidelijk zijn dat als je een kitten hebt gekocht als een
zogenaamde liefhebber, je de Fokker naderhand niet kan aanspreken als het dier
een uiterlijk foutje heeft. Mocht er bekend zijn dat er in bepaalde
rassen/lijnen een verhoogd risico is op een bepaalde erfelijke afwijking (b.v.
PKD bij Perzen) en de fokker test hier niet op, dan kan deze ook worden
aangesproken voor een aanvullende schadevergoeding (bijvoorbeeld
dierenartskosten). De rechter noemt dit een gerechtvaardigd verwijt waarmee het
recht op een aanvullende schadevergoeding bestaat. De fokker had immers kunnen
weten dat de kans aanwezig was dat hij/zij met dieren met een erfelijke
afwijking fokte welke zij aan hun nakomelingen zouden kunnen doorgeven.
Bij besmettelijke ziektes,
gedragsstoornissen etc ligt het met de bewijslast veel moeilijker. Door de
wetswijziging ligt de bewijslast niet meer bij de koper (wie eist, bewijst) maar
bij de verkoper (cattery). Deze moet kunnen aantonen dat het dier het gebrek
niet had ten tijde van de verkoop. Indien de fokker aannemelijk kan maken dat
het gebrek is ontstaan door een onjuiste verzorging/behandeling (ontstaan nà de
koop), dan is hij niet aansprakelijk. Hoe het in de praktijd met deze 6 maanden
garantie zal werken moet nog blijken. Voor de cattery's kan het van belang zijn
dat er bij de koop van het dier een officiële gezondheidsverklaring van de
dierenarts wordt meegegeven. Dit kan hun positie bij een eventuele rechtsgang
versterken.
Veel kopers weten
inmiddels de weg naar de kantonrechter te vinden om zo hun gelijk te halen.
Omdat bij een kantongerecht geen verplichte rechtsbijstand geldt (je hebt dus
geen advocaat nodig) hoeft de klagende koper alleen griffierecht te betalen. De
rechter zal zeker toetsen of de klant aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Heeft
het dier wel goed kattenvoer gekregen, is het niet gevallen, heeft het niet op
de tocht gestaan etc. De koper dient het gebrek binnen 2 maanden na constatering
van het gebrek bij de betreffende fokker te melden. Doet hij dit niet dan
verpeelt hij hiermee ook zijn rechten. Die rechten verspeelt hij ook indien er
niet binnen 2 jaar na de melding bij de cattery verdere acties (zoals een
gerechtelijke procedure) wordt ondernomen zolang de koper van mening is dat de
kwestie niet naar behoren is opgelost.
Het staat de fokker
overigens wel vrij om in het verkoop contract aanvullende garanties te geven,
maar nooit ten nadele van de koper. Doet men dit wel dan is de
overeengekomen bepaling nietig (niet geldig).
De nieuwe wet heeft alleen betrekking voor kopen die
vanaf 1 mei 2003 zijn overeengekomen. Bij alle verkopen die vóór 1 mei 2003
zijn gesloten geldt de oude wet.
Door: Brigitte van Yperen
|