|
Kattewensen, Wat katten echt nodig hebben.
De voorouders
van al onze katten zijn de Noord-Afrikaanse wilde katten. Hoewel
ze al duizenden jaren onze begeleiders zijn, zijn ze lichamelijk
en psychisch veel minder veranderd dan de meeste honden na hun
domesticatie. Kattenliefhebbers moeten hiermee rekening houden.
Het is juist dat wilde dier, het oerinstinct van de kat, dat
veel mensen fascineert. Maar van deze eigenschappen, die
duizenden jaren lang werden doorgegeven, hebben sommige mensen
en ook katten soms last. Want als er niet in hun biologische en
psychologische behoeften wordt voorzien, reageren katten fel en
gevoelig – vaak met zogeheten gedragsstoornissen. Het gedrag
van de kat is slechts zelden “gestoord” te noemen. Meestal
zijn het de hooggespannen verwachtingen van de kat én zijn baas
of de omstandigheden die in strijd zijn met het karakter van de
kat die de nodige misverstanden tussen mens en kat veroorzaken.
|
|
|
Sociaal
leven moet worden aangeleerd.
Voordat we dus een gedragsprobleem behandelen, moeten we eerst
zorgen dat we rekening houden met de vier basisbehoeften van de
kat. Het sociale leven van een kat behoort tot deze
basisbehoeften. Dit is een kwestie van het
inlevingsvermogen van de baasjes. Want of en hoe sterk een kat
toegankelijk is, hangt niet af van zijn genen, maar van de
ervaringen die het dier in de eerste maanden van zijn leven
heeft opgedaan. Dierenpsychologen onderscheiden vijf
kattentypes: de individualist die het liefst
alleen is, het sociale type, dan de kat die
bang is voor mensen, het aaitype en het
speeltype. Individualisten hebben
ononderbroken last van stress als ze met een of meerdere
katten moeten samenleven. Als ze buiten mogen lopen, kiezen
zulke types als oplossing vaak voor “emigratie”. Ze leven
buiten, zoeken zelf een nieuw huis zonder soortgenoten of ze of
ze verwilderen. Ook goed bedoelde pogingen om zo’n kat
geleidelijk aan te laten wennen aan zijn soortgenoten zullen
meestal mislukken of eindigen met veranderingen in het gedrag,
zoals het afbakenen van het territorium met urine,
hyperzenuwachtig gedrag, agressiviteit of apathie. |
|
In dierenasiels
houden de individualisten ook in een verblijf dat ze met andere
katten moeten delen afstand van hun soortgenoten. Ze vermijden
oogcontact en leiden een in zichzelf opgesloten bestaan. Sociale
types daarentegen zijn prima geschikt voor het houden in
groepen. Ze maken elkaar schoon, spelen samen en nemen ook
“nieuwkomers” na korte stoeipartijen voor de rangorde op in
het “gezin”. Zulke sociale types worden meestal in een groep
geboren en hadden als baby tantes en ooms, neefjes en nichtjes
en hebben vroeg geleerd dat ze hun territorium moeten delen met
anderen.
Niet lief voor alle
mensen. |

|
|

|
Katten
die bang zijn voor mensen (vaak nakomelingen van onafhankelijke zwervers) hebben
tijd en inlevingsvermogen nodig om zich aan mensen te hechten. Deze
vertrouwensbasis bestaan dan echter alleen met zijn mens(en). Mocht zo’n kat
een nieuw, liefhebbend baasje krijgen, dan kan het dier toch in de omgang met
vreemde mensen weer schuw en wantrouwend reageren. De aaitypes laten zich zelden
door mensen uitdagen om aan wilde spelletjes mee te doen. Ze komen uit zichzelf
om hun rustfasen op schoot door te brengen. In het omgekeerde geval geven de
speelse types de voorkeur aan wilde stoeipartijtjes met hun baasjes en reageren
ze kribbig als iemand voortdurend met hun handen aan hun lijfje zit te kroelen. |
|
De tweede basisbehoefte
van katten is die van individuele ruimte. Wie zijn kat niet
buiten kan laten lopen, mag nooit meer katten in huis halen dan
er kamers zijn waar ze zich terug kunnen trekken van de andere
katten: dat wil zeggen dat elke kat een eigen ruimte moet hebben
om tot rust te komen. Ook katten die bang zijn voor mensen moet
zich wanneer er visite komt “onzichtbaar” kunnen
maken.
Deze eigen
ruimte hoeft niet zo nodig een “mensenkamer” te zijn, want
katten leven veel meer driedimensionaal. Door kasten, rekken en
verhoogde planken aan te brengen, kunt u in een enkele kamer
drie of meer niveaus creëren die ruimte bieden aan de katten. |

|
|

|
De derde wens van katten is vrij
uniek ik het dierenrijk: ze willen de mogelijkheid hebben hun eigen ruimte
volgens eigen inzicht in te rechten. Hierbij zien we van kat tot kat duidelijke
verschillen. Per kat rekenen we bijvoorbeeld een kattenbak, maar er zijn
bijzonder kieskeurige exemplaren die principieel op een andere plaats plassen
dan op de plek waar ze de grote behoefte doen.
Deze katten hebben daarom een
extra kattenbak nodig. Volgens het meest recente onderzoek vinden katten
kattenbakken zonder een deksel prettiger omdat ze het dan kunnen zien en horen
wanneer er iemand nadert. |
|
Vier eigen plekjes.
Een klimpaal alleen voldoet niet om
een huis katvriendelijk in te richten. Katten gebruiken hem weliswaar graag,
vooral als de paal hoog is en holletjes of plateaus op verschillende hoogten
biedt. Maar daarnaast zoeken ze een slaapplaats die liefst hoog ligt (waar ze
niet worden gestoord) en tevens een rustplaats die ze als “badkamer” voor de
dagelijkse grote wasbeurt gebruiken en een “uitkijktoren” bij het raam die
hen de mogelijkheid biedt de wereld buiten te houden. Katten die nooit
buitenshuis komen, hebben bovendien een “groen hoekje” nodig, dus kattengras
waar ze aan kunnen knabbelen om hun ingeslikte, onverteerbare haren weer uit te
kunnen braken.
De vierde wens is dankzij onderzoek
eenvoudig te vervullen. We weten tegenwoordig precies wat en hoeveel katten op
welke leeftijd nodig hebben, wat slecht is voor de dieren en wat de basis vormt
voor een lang en gezond leven. Desondanks moet u op twee dingen letten: bied uw
kat een drinkplaats aan die ver van de kattenbak is verwijderd en voer hem het
liefst dagelijks op hetzelfde tijdstip, want zijn stofwisseling gaat zich
hieraan aanpassen. Bovendien is deze etenstijd het geschikte moment om contact
te maken met schuwe katten en tevens het tijdstip waarop loslopende katten naar
huis komen voor hun hapje.
|
|