Agressie / Lijden in stilte Bach, de 38 soorten Geboorte Liefde / Heibel Schildklier
Aanvallen Bach, bloesem wegwijzer Glucose tekort Moederlijke opvoeding Spelregels
Albino Bach, de emotielijst Hersenschudding Naar de dekkater Stress
Braken Bach, gebruik / dosering HCM = hartaandoening Nagelbedontsteking Suikerziekte
Blaasontsteking / gruis Castratie IBD = maagdarm probleem Nierproblemen / PKD Verkoudheid
Bloedgroepen Chippen Inentingen, waarom? Niesziekte Voeding
Baarmoederontsteking CIN = schrompelnier Kattengras Nieuw huis Voedsel-intolerantie
Braken Entropion Kattewensen Obstipatie = verstopping Wol en Katoen
Blaasontsteking / gruis Euthanasie Kleurvererving Obstipatie - inkorten darm Wormen
Bloedgroepen FeLV = leukemie Koop en garanties Op eigen pootjes
Benauwde kat FIP = dodelijke buikvliesontsteking Lichaamstaal Onzichtbare vijand
Bachbloesem remedie FIV = kattenaids Luchtwegproblemen Postnatale depressie  


Kattewensen, Wat katten echt nodig hebben.

De voorouders van al onze katten zijn de Noord-Afrikaanse wilde katten. Hoewel ze al duizenden jaren onze begeleiders zijn, zijn ze lichamelijk en psychisch veel minder veranderd dan de meeste honden na hun domesticatie. Kattenliefhebbers moeten hiermee rekening houden. Het is juist dat wilde dier, het oerinstinct van de kat, dat veel mensen fascineert. Maar van deze eigenschappen, die duizenden jaren lang werden doorgegeven, hebben sommige mensen en ook katten soms last. Want als er niet in hun biologische en psychologische behoeften wordt voorzien, reageren katten fel en gevoelig – vaak met zogeheten gedragsstoornissen. Het gedrag van de kat is slechts zelden “gestoord” te noemen. Meestal zijn het de hooggespannen verwachtingen van de kat én zijn baas of de omstandigheden die in strijd zijn met het karakter van de kat die de nodige misverstanden tussen mens en kat veroorzaken. 

Sociaal leven moet worden aangeleerd.
Voordat we dus een gedragsprobleem behandelen, moeten we eerst zorgen dat we rekening houden met de vier basisbehoeften van de kat. Het sociale leven van een kat behoort tot deze basisbehoeften. Dit is een kwestie van het  inlevingsvermogen van de baasjes. Want of en hoe sterk een kat toegankelijk is, hangt niet af van zijn genen, maar van de ervaringen die het dier in de eerste maanden van zijn leven heeft opgedaan. Dierenpsychologen onderscheiden vijf kattentypes: de individualist die het liefst alleen is, het sociale type, dan de kat die bang is voor mensen, het aaitype en het speeltype. Individualisten hebben  ononderbroken last van stress als ze met een of meerdere katten moeten samenleven. Als ze buiten mogen lopen, kiezen zulke types als oplossing vaak voor “emigratie”. Ze leven buiten, zoeken zelf een nieuw huis zonder soortgenoten of ze of ze verwilderen. Ook goed bedoelde pogingen om zo’n kat geleidelijk aan te laten wennen aan zijn soortgenoten zullen meestal mislukken of eindigen met veranderingen in het gedrag, zoals het afbakenen van het territorium met urine, hyperzenuwachtig gedrag, agressiviteit of apathie. 

In dierenasiels houden de individualisten ook in een verblijf dat ze met andere katten moeten delen afstand van hun soortgenoten. Ze vermijden oogcontact en leiden een in zichzelf opgesloten bestaan. Sociale types daarentegen zijn prima geschikt voor het houden in groepen. Ze maken elkaar schoon, spelen samen en nemen ook “nieuwkomers” na korte stoeipartijen voor de rangorde op in het “gezin”. Zulke sociale types worden meestal in een groep geboren en hadden als baby tantes en ooms, neefjes en nichtjes en hebben vroeg geleerd dat ze hun territorium moeten delen met anderen.




Niet lief voor alle mensen.

sociaal

beetje schuw

Katten die bang zijn voor mensen (vaak nakomelingen van onafhankelijke zwervers) hebben tijd en inlevingsvermogen nodig om zich aan mensen te hechten. Deze vertrouwensbasis bestaan dan echter alleen met zijn mens(en). Mocht zo’n kat een nieuw, liefhebbend baasje krijgen, dan kan het dier toch in de omgang met vreemde mensen weer schuw en wantrouwend reageren. De aaitypes laten zich zelden door mensen uitdagen om aan wilde spelletjes mee te doen. Ze komen uit zichzelf om hun rustfasen op schoot door te brengen. In het omgekeerde geval geven de speelse types de voorkeur aan wilde stoeipartijtjes met hun baasjes en reageren ze kribbig als iemand voortdurend met hun handen aan hun lijfje zit te kroelen.


De tweede basisbehoefte van katten is die van individuele ruimte. Wie zijn kat niet buiten kan laten lopen, mag nooit meer katten in huis halen dan er kamers zijn waar ze zich terug kunnen trekken van de andere katten: dat wil zeggen dat elke kat een eigen ruimte moet hebben om tot rust te komen. Ook katten die bang zijn voor mensen moet zich wanneer er visite komt “onzichtbaar” kunnen maken. 

Deze eigen ruimte hoeft niet zo nodig een “mensenkamer” te zijn, want katten leven veel meer driedimensionaal. Door kasten, rekken en verhoogde planken aan te brengen, kunt u in een enkele kamer drie of meer niveaus creëren die ruimte bieden aan de katten.


de individualist

de kattenbak

De derde wens van katten is vrij uniek ik het dierenrijk: ze willen de mogelijkheid hebben hun eigen ruimte volgens eigen inzicht in te rechten. Hierbij zien we van kat tot kat duidelijke verschillen. Per kat rekenen we bijvoorbeeld een kattenbak, maar er zijn bijzonder kieskeurige exemplaren die principieel op een andere plaats plassen dan op de plek waar ze de grote behoefte doen. 

Deze katten hebben daarom een extra kattenbak nodig. Volgens het meest recente onderzoek vinden katten kattenbakken zonder een deksel prettiger omdat ze het dan kunnen zien en horen wanneer er iemand nadert.


Vier eigen plekjes.

Een klimpaal alleen voldoet niet om een huis katvriendelijk in te richten. Katten gebruiken hem weliswaar graag, vooral als de paal hoog is en holletjes of plateaus op verschillende hoogten biedt. Maar daarnaast zoeken ze een slaapplaats die liefst hoog ligt (waar ze niet worden gestoord) en tevens een rustplaats die ze als “badkamer” voor de dagelijkse grote wasbeurt gebruiken en een “uitkijktoren” bij het raam die hen de mogelijkheid biedt de wereld buiten te houden. Katten die nooit buitenshuis komen, hebben bovendien een “groen hoekje” nodig, dus kattengras waar ze aan kunnen knabbelen om hun ingeslikte, onverteerbare haren weer uit te kunnen braken.

De vierde wens is dankzij onderzoek eenvoudig te vervullen. We weten tegenwoordig precies wat en hoeveel katten op welke leeftijd nodig hebben, wat slecht is voor de dieren en wat de basis vormt voor een lang en gezond leven. Desondanks moet u op twee dingen letten: bied uw kat een drinkplaats aan die ver van de kattenbak is verwijderd en voer hem het liefst dagelijks op hetzelfde tijdstip, want zijn stofwisseling gaat zich hieraan aanpassen. Bovendien is deze etenstijd het geschikte moment om contact te maken met schuwe katten en tevens het tijdstip waarop loslopende katten naar huis komen voor hun hapje.

 

| terug naar boven |