Agressie / Lijden in stilte Braken FIP = dodelijke buikvliesontsteking Lichaamstaal Obstipatie = verstopping
Aanvallen Blaasontsteking / gruis Geboorte Luchtwegproblemen Obstipatie - inkorten darm
Albino Bloedgroepen Glucose tekort Liefde / Heibel Op eigen pootjes
Baarmoederontsteking Castratie HCM = hartaandoening Moederlijke opvoeding Schildklier
Benauwde kat Chippen IBD = maagdarm probleem Naar de dekkater Spelregels
Bachbloesem remedie CIN = schrompelnier Inentingen, waarom? Nagelbedontsteking Stress
Bach, de 38 soorten Entropion Kattengras Nierproblemen / PKD Suikerziekte
Bach, bloesem wegwijzer Euthanasie Kattewensen Niesziekte Verkoudheid
Bach, de emotielijst FeLV = leukemie Kleurvererving Nieuw huis Voeding
Bach, gebruik / dosering FIV = kattenaids Koop en garanties Onzichtbare vijand Voedsel-intolerantie
Wormen Wol en Katoen


FIP, griezelige bedreiging voor katten

FIP is een ziekte die in elk opzicht problematisch is. Voor de wetenschappers en dierenartsen beginnen de moeilijkheden al met het begrijpen wat tot deze ziekte leidt en wat er precies in het lichaam van de kat gebeurt. Het stellen van een diagnose is niet eenvoudig. En tot nu toe is er helaas geen succesvolle therapie gevonden.

Wat betekend FIP?  
Deze drie letters staan voor Feline Infectieuze Peritonitis - besmettelijke buikvliesontsteking bij katten. De verwekker is een virus uit de stam der zogenaamde coronavirussen, die eigenlijk in het maag-darmkanaal actief zijn en meestal alleen een lichte vorm van diaree veroorzaken. Het is echter ook mogelijk dat het diaree-virus in het lichaam van de kat in een FIP-virus verandert. Dan wordt het virus via het bloed naar alle inwendige organen vervoerd. Daarna is het juist de reactie van het immuunsysteem die tot ontstekingen in het hele lichaam leidt. Daarom is het al of niet uitbreken van FIP behalve van de kracht van het virus ook afhankelijk van het immuunsysteem van de kat: er zijn veel dieren die wel besmet zijn, maar waarbij de ziekte nooit uitbreekt. 

De eerste symptomen zijn meestal niet typerend. De kat eet slecht, is erg rustig en krijgt koorts. Het kan een tijd duren tot het symptoom verschijnt waaraan de ziekte zijn naam dankt: een ophoping van vocht in de buikholte - minder vaak in de borstkast. Er zijn echter ook gevallen waarbij geen vocht wordt opgehoopt. In plaats daarvan vormen zich kleine knobbeltjes in de organen die van buitenaf niet kunnen worden ontdekt. Wanneer koorts dagen lang aanhoudt en door een behandeling met antibiotica niet daalt, zal de dierenarts daarom altijd rekening moeten houden met FIP. 

Behalve de inwendige organen worden soms ook de ogen en het centrale zenuwstelsel aangetast. De kat heeft dan last van tranende of pijnlijke ogen, heeft moeite met zien en ook zijn gedrag kan veranderen. Verder kan de ziekte leiden tot problemen met het oriëntatievermogen, trillingen of verlamming van de gezichtszenuwen, wat tot een verandering van de gezichtsuitdrukking leidt. 

Een betrouwbare diagnose is in geval van FIP erg moeilijk. De dierenarts moet als het ware een reeks indicaties opsporen. Als er veel aanwijzingen zijn, is er waarschijnlijk sprake van FIP. De aanwijzingen zijn het duidelijkst als de ziekte met de typerende vochtophoping in de buikholte gepaard gaat. Dan kan er een vochtmonster worden genomen en dit kan worden onderzocht. Als het vocht geel of barnsteenkleurig en taai is, is de kans groot dat de kat FIP heeft. Bij de aanvullende test wordt een druppel van het vocht in verdund ijsazijn gedaan. Als deze niet oplost, zal de dierenarts hoogst waarschijnlijk FIP vaststellen. Ter bevestiging van zijn diagnose kan hij het vocht ook op een enzym laten testen dat in het geval van een FIP besmetting in een hoge concentratie aanwezig is.

Door bacterieel onderzoek kan worden uitgesloten dat het om een ontsteking gaat. Met behulp van deze elkaar aanvullende onderzoeken kan FIP voor bijna honderd procent zeker worden vastgesteld. 

De zaak wordt moeilijker als het om de "droge vorm" van FIP gaat. Dan kan de dierenarts zich meestal slechts oriënteren aan de hand van de weinig typerende symptomen (koorts, lusteloosheid en gebrek aan eetlust). Het vaststellen van het aantal antilichamen, in het kort de FIP-test, helpt weinig bij het stellen van een diagnose. Dit onderzoek richt zich namelijk op het vaststellen van de aanwezigheid van antilichamen tegen alle coronavirussen, dus ook tegen het  vrij ongevaarlijke diareevirus. Ongeveer de helft van alle katten is reeds met coronavirussen in aanraking geweest zodat bij al deze katten een flink aantal antilichamen wordt gevonden, zonder dat dit iets met FIP te maken hoeft te hebben. 

Om de verdenking van FIP te staven, moet daarom het eiwitgehalte van het bloed worden bepaald, dat in het geval van FIP hoger is. Ook de verdeling van de diverse eiwitsoorten in het bloed kan nuttig zijn. Mochten er bepaalde eiwitsoorten in een grotere hoeveelheid aanwezig zijn dan gebruikelijk, andere echter in een duidelijk zwakkere concentratie, dan is dit een vrij betrouwbare indicatie van het FIP. Dit geldt echter alleen in het geval van zichtbare symptomen. Een definitieve diagnose kan bij de droge vorm van FIP alleen door monsters van de organen in de buikholte worden gesteld. Onder de microscoop zijn in gespecialiseerde laboratoria veranderingen zichtbaar die duidelijk naar FIP verwijzen. 

FIP is een ongeneselijke ziekte die meestal in korte tijd tot de dood leidt. Pogingen om de ziekte te behandelen, kunnen alleen het welzijn van de kat verbeteren en zijn leven een stukje verlengen. Voor dit doel kan cortison samen met aspirine worden gebruikt, wat een ontstekingsremmend effect heeft en de symptomen tijdelijk verzacht. Ter ondersteuning zijn een goede verzorging, eventueel een infuus en eetluststimulerende medicijnen en het afzuigen van het vocht in de buik- of borstholte nodig. Toch zullen de meeste katten desondanks al enkele weken na het optreden van de eerste symptomen sterven. Daarom moet het baasje zijn kat goed in de gaten houden om te zien hoe slecht het met het dier gaat en desnoods overwegen of hij inslapen een diervriendelijke oplossing vindt. 

Gezien deze frustrerende resultaten zou het natuurlijk geruststellend zijn als je iets kon doen om FIP te voorkomen. Maar de ontwikkeling van een vaccin is moeilijk, omdat het juist de reactie van het immuunsysteem is die de symptomen veroorzaakt. Het gebruikelijke doel van inentingen, een snelle vorming van antilichamen stimuleren, werkt in dit geval niet. Daarom is er een preventief vaccin ontwikkeld dat in de neus wordt gedruppeld. In het gebied van de neus en keelholte worden afweermechanismen  geactiveerd die voorkomen dat het virus het lichaam binnendringt. De werkzaamheid is echter omstreden. Als een kat al eens met coronavirussen in aanraking is gekomen, helpt de inenting helemaal niet. Daarom is een controle van de antilichaamspiegel zinvol om over het al of niet van een inenting te besluiten.

Onze eigen lieve Ylva is helaas aan beide varianten van FIP overleden. Lees onze ervaring met deze vreselijk gemene ziekte!

Onze Pim is eveneens aan FIP overleden, hij was bijna 6 jaar. Deze knul had de droge variant. Zijn verhaal lees je hier.

**noot van de webmaster, is je kat (bewezen) gestorven is aan FIP, geef dit door aan de fokker(ster), samen met het autopsie rapport van de dierenarts, zodat de fokker(ster) maatregelen kan nemen. Onthoud deze mensen niet van dit recht om het ras te beschermen!!!**

Bron: Hart voor Dieren.

 

| terug naar boven |